Reclassering Nederland versterkt de laatste jaren bij de werkstraf de samenwerking met gemeenten op het gebied van arbeidsreïntegratie. Hoe ziet zo’n samenwerking er in de praktijk uit? Wat gaat er goed en waar lopen partijen nog tegenaan? Medewerker werkstraf Ozan Demirbas in Amsterdam en Zaki Zannouti, medewerker Werk, Participatie en Inkomen (WPI) van de gemeente Amsterdam vertellen over hun samenwerking.

‘Ik kan zo’n jongen laten zien dat ik in hem geloof door hem twintig uur van zijn werkstraf op een werktraject te laten uitvoeren.’ Het is woensdagmiddag vier uur en Zaki Zannouti van de gemeente Amsterdam, schuift aan op de werkstraflocatie van de Lutmastraat in Amsterdam. Zannouti is geen onbekende voor de medewerkers werkstraf en werkmeesters: er wordt veelvuldig met hem overlegd en Zannouti komt minimaal eenmaal in de drie weken langs om cliënten met hen te bespreken.

Zannouti richt zich in zijn werk als reintegratieconsulent voornamelijk op de Top1000, een lijst met 1000 overlastgevende criminelen waar de gemeente Amsterdam extra middelen voor inzet om hen uit de misdaad te houden of te halen. Veel van deze jongeren zijn ook in beeld bij de medewerkers werkstraf en werkmeesters van de Lutmastraat.

Ik heb nu veel meer middelen en informatie tot mijn beschikking om ervoor te zorgen dat jongens niet weer de fout in gaan.

Fietsenmaker

Ozan Demirbas is blij met de intensieve samenwerking. ‘Ik heb nu veel meer middelen en informatie tot mijn beschikking om ervoor te zorgen dat jongens niet weer de fout in gaan.’ Door de samenwerking met de gemeente heeft hij nu ‘wisselgeld’ in de afspraken die hij maakt met werkgestraften, vertelt hij: ‘Ik had laatst een veelpleger van begin twintig, die had ingebroken met zijn vriendjes. Hij had honderd uur werkstraf.

Omdat hij aangaf te willen veranderen en graag te willen werken aan zijn toekomst heb ik toen samen met Zaki het volgende geregeld: hij kon tachtig uur van zijn werkstraf hier uitvoeren en de overige twintig uur kon hij op een werktraject terecht, waar hij werd begeleid naar een betaalde baan, fietsenmaker in een fietsendepot in dit geval. Zowel de werkstraf als het traject werden een succes: hij heeft nu werk als fietsenmaker.’

Demirbas legt uit: ‘Dit kon ik tot een succes maken, omdat ik door de samenwerking met de gemeente nu wisselgeld heb: ik kan zo’n jongen laten zien dat ik in hem geloof door hem twintig uur van zijn werkstraf op een werktraject te laten uitvoeren. Het voordeel hierin is dat zo’n jongen dan al enige werkstructuur heeft opgebouwd en makkelijker kan meedoen in zo’n traject. Door de samenwerking met het WPI kan ik het verschil maken voor zo’n jongen en hem net dat laatste zetje geven naar een leven op de rit.’

Maatwerk

Zannouti knikt: ‘Voorheen hoorden we vaak het argument: ‘Ja, maar dan kan ik niet, want dan heb ik mijn werkstraf of mijn werktraject. Die vlieger gaat niet meer op nu, omdat we meteen bij elkaar kunnen checken of dat ook echt zo is.’ Zannouti vertelt over simpele middelen die zijn ingezet om de communicatielijnen korter te maken.

Bijvoorbeeld door één mailadres te gebruiken, dat door meerdere medewerkers wordt beheerd en waardoor dus sneller een reactie komt op een vraag. De mailbox is bedoeld voor alle reclasseringsmedewerkers op de Lutmastraat waar medewerkers te allen tijde hun vragen over cliënten kunnen stellen. ‘Op die manier zijn we nu nog beter bereikbaar en kunnen we sneller reageren.’

Beide partijen kunnen door hun samenwerking dus meer maatwerk bieden, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan: ‘Je moet klanten perspectief bieden, kijken wat nodig is, het grijs gebied durven opzoeken. Dan is de kans dat een werkstraf positief wordt afgerond groter en wil iemand aan zijn toekomst werken.’ Op deze manier is de kans groter op succes, legt Zannouti uit: ‘Anders blijft iemand langer in de bijstand en dat kost de maatschappij alleen maar geld.’

Lik-op-stukbeleid

Demirbas legt uit dat er door de samenwerking met de gemeente nu meer ruimte is bepaalde zaken naar voren te halen: ‘Dat doen we bij de jongens bij wie we vrezen dat ze weer terugvallen als ze lang moeten wachten tot ze een werkstraf of een werktraject kunnen starten. 

Het is heel nuttig om aan zo’n jongen te vragen: wat heb jij nodig om een normaal leven te leiden?

Demirbas ziet net als Zannouti graag dat een werkstraf is afgerond voordat iemand aan een werktraject bij de gemeente begint: ‘Als iemand is voorbereid op een betaalde baan en diegene moet daarna dan nog eens een werkstraf gaan doen, dat werkt demotiverend.’ Zannouti vult aan: ‘Het is het fijn om te kunnen beginnen met een schone lei, dus willen we zo snel mogelijk die werkstraf wegwerken. Bovendien bouwen ze tijdens de werkstraf al structuur en ritme en kan je vervolgens beter voorbereid aan je toekomst gaan werken. Dit snelle schakelen is een mooi voorbeeld van het lik-op-stukbeleid waar we hard aan werken.’

Praktische zaken

Zannouti benadrukt dat de jongeren uit de doelgroep waar hij mee werkt ‘vrijwel allemaal gigantische problemen hebben’: ‘Ze hebben niet alleen bijna allemaal een (verstandelijke) beperking of gedragsprobleem, maar kampen vaak ook met persoonlijkheidsstoornissen, verwaarlozing, dakloosheid, verslavingen, schulden en ga zo maar door.

Dan is het heel nuttig om aan zo’n jongen te vragen: wat heb jij nodig om een normaal leven te leiden? Dan ben je al snel met praktische zaken bezig. En als zo’n jongen dan laat zien dat hij echt wil, kunnen wij hem structuur en perspectief bieden.’

Mede door de intensievere samenwerking met de gemeente Amsterdam is het slagingspercentage van een positief afgesloten werkstraf van jongens die vallen binnen de Top1000 in Amsterdam de afgelopen twee jaar gestegen van 53% naar 86%, vertelt Demirbas: ‘Dat doen we door de persoonlijke benadering, maar ook omdat we beter gebruik maken van de contacten en kennis bij onze ketenpartners.’

Zannouti besluit: ‘De essentie van onze samenwerking is dat we maatwerk leveren en verder kijken dan onze neus lang is. We doen wat nodig is en focussen ons op de kansen die we iemand kunnen bieden.’

Dit artikel verscheen eerder in ons jaarverslag 2016.

Marianne_Lamers.jpg

Marianne Lamers

Tekstschrijver en journalist