Gewoon doen wat nodig is. Dat is het doel van wijkgericht werken bij Reclassering Nederland. De wijk in, cliënten leren kennen, weten waar ze wonen, wat ze beweegt en wat hun sociale omgeving is. Daarbij werken we nauw samen met het wijkteam en de politie.

‘Zo zijn we veel effectiever’, vertelt Willy Topcu, reclasseringswerker in Den Haag.

Wanneer de rechter of de officier van justitie bepaald heeft dat iemand on-der toezicht komt, gaat Reclassering Nederland aan de slag. Met regelmatige gesprekken, hulp waar dat nodig is én de wetenschap dat er nog een voorwaardelijke straf op de plank ligt, probeert de reclasseringswerker te voorkomen dat de delictpleger nog eens in de fout gaat. In Den Haag gaan reclasseringswerkers sinds een aantal jaren veel vaker de wijk in.

Brug

De gemeente, politie en Reclassering Nederland hebben afspraken gemaakt over de aanpak van een aantal voornamelijk jonge daders die veel strafbare feiten plegen, maar niet direct in aanmerking komen voor regievoering. Reclasseringswerker Willy Topcu heeft vaak overleg met de wijkagent van het Haagse bureau Zuiderpark vanuit het Veiligheidshuis. ‘Zodra iemand wordt aangehouden, adviseert de reclassering het Openbaar Ministerie over wat nodig is om nieuwe delicten te voorkomen. Informatie vanuit de wijk, hulpverleners en Veilig Thuis nemen we mee in de advisering. Wij zijn zo brug tussen strafrecht en het sociaal domein’, aldus Topcu.

Aan de slag

Die werkwijze betekent afscheid nemen van bestaande gewoontes. Een paar jaar geleden spraken Willy en zijn collega’s deze jongens vooral op het kantoor aan de statige Bezuidenhoutseweg in Den Haag. ‘Niet echt
de locatie waar onze doelgroep zit’, lacht hij. ‘Onze klanten moesten naar ons toekomen, maar dat lukte niet in alle gevallen. En ook de lijntjes met de politie, gemeente en zorginstellingen waren lang.

Daarom kregen we een plekje op het politiebureau.’
Juist die groep waarmee instanties moeilijk in contact komen, probeert Willy weer op de radar te krijgen. ‘Het gebeurt ’s avonds. En ’s nachts. In de wijk. Daar gaan we dus naar toe. Mee met de wijkagenten. Cliënten spreken. Kijken waar ze wonen. Bij hun ouders langs en zo écht in contact komen met henzelf en hun directe omgeving.’ 

‘Het gebeurt ’s avonds. En ’s nachts. In de wijk’

Dichtbij zijn helpt. ‘We zijn overal: in de wijk, op het politiebureau, bij de rechtbank. Als je op kantoor hoort dat iemand geen geld heeft om langs te komen ben je toch eerder geneigd om ‘dat zal wel’ te denken. Als je bij hem thuis komt en je ziet een zeiltje van drie bij drie meter en twee kratjes in een verder lege ruimte, dan gaat het leven.’

Ook leugentjes worden eenvoudiger doorgeprikt.‘ Eén cliënt kwam telkens met het verhaal dat zijn oma ziek was, waardoor hij afspraken niet kon nakomen. De wijkagent had contact met zijn broer en die vertelde dat verhaal nooit. Dat hebben we gecheckt en wat bleek? Met oma was niks aan de hand.’

Contact

Minstens zo belangrijk zijn de verbeterde contacten met politie en hulpverleners in de wijk. ‘De politie weet nu veel beter wat wij doen. Het helpt enorm als een wijkagent jou kent en andersom.’ Daarnaast heeft Topcu gebouwd aan zijn netwerk met hulpverleningsinstanties. ‘Hoeren en sloeren, moet ik’, lacht Topcu. Maar dan serieus: ‘Het is echt ontzettend belangrijk dat je netwerk op orde is en mensen je kennen. Mijn contacten weten dat ik alleen om een gunst vraag als het echt nodig is voor mijn cliënt.’